Rouwen is zo belangrijk, ècht rouwen.

Zo weinig mensen lijken nog tijd te willen nemen om dingen te laten gebeuren. Ik zie zoveel berichten om dingen snel-sneller-snelst te verwezenlijken. De ongeduld in mij werd er wel door aangetrokken, maar ik keer er weer van af. Het gras groeit niet sneller als je er aan trekt. De rivier kan je niet duwen. Alles heeft zijn eigen tijd. En het is aan jou om die tijd ook te nemen.

Verdriet heeft tijd nodig, soms veel, soms weinig. Ik heb allerlei verdriet gekend. De twee grootste vormen verdriet in mijn leven gaan over mijn miskramen en over liefdesverdriet. Lange tijd dacht ik dat ik er wel overheen was, die miskramen. Tot iemand het laatst in een healing aanraakte en me zei dat er een grote wond te voelen was. Fysiek merkte ik dat daarna ook steeds meer. Inmiddels kan ik bij de pijn en het verdriet van mijn allereerste miskraam. 22 was ik nog maar, zo jong. Te jong voor zo’n verdriet. Ik kon het niet dragen en mijn omgeving leek onmachtig me te steunen zoals wellicht beter geweest was, in de zin van dat ik aan verwerken toe kon komen. Want dat heb ik toen niet gedaan. Ik heb wel gehuild, maar al snel alles diep, héél diep weggestopt en daarna verdrongen, heel lang. Zo verdrongen zelfs, dat ik me de precieze gebeurtenissen rond mijn miskraam niet eens meer kan herinneren, ook niet in regressie. Het bleef vaag. Terwijl ik me van de drie andere miskramen wel details herinner, op welke wc ik zat, wie er in de buurt was en dat soort dingen.

Inmiddels heb ik wèl gehuild, en ben ik aan het uiten, op creatieve manieren, ik schrijf, ik krijt. Meer dan toendertijd, toen ik wel wat gedichtjes schreef. Ik kan nu echt het verdriet toelaten en echt huilen. Niks verdoezelen, geen woorden als: het zal wel beter zijn zo. Of: je had nog alle tijd toen. Gewoon erkennen van het verdriet dat er was, de droom die kapot spatte, de pijn die ik opliep. Een trauma, dat is het. En het helpt me nu, alsnog, na ruim 19 jaar, helpt het mij mijn tranen alsnog te vergieten. Dát is namelijk zo belangrijk. Het verdriet echt toelaten, echt erkennen en echt uiten. Hoe dan ook. Ieder mens heeft zijn of haar eigen manier. Niet alles hoeft jaren te duren.

Ooit had ik liefdesverdriet, heel groot liefdesverdriet. In mijn ontkenning bleef ik eindeloos hangen, zodat het verdriet jaren voortsleepte. Niet bepaald handig, maar dat is achteraf gepraat. Toen wilde en kon ik niet anders. Jaren later was er weer groot verdriet, en liet het toe, in mijn open hart. Het deed intens veel pijn, ik vloog tegen de muren op en wist van ellende niet waar ik het zoeken moest. Gejankt heb ik, nachtenlang vooral. Overdag herwon ik een soort kalmte waardoor ik kon functioneren en er voor mijn kinderen kon zijn, kon werken ook. De nachten kwam alle pijn in alle hevigheid weer op me af. Ik liet het helemaal toe. Een liefde die zo mooi was, zo diep ging, dat verdiende een diepe rouw. Al met al duurde het meest heftige een aantal maanden, daarna werd het minder.

Het grootste verschil, in mijn beleving, is geweest dat ik die laatste keer zoveel bewuster aanwezig was. Ik liet het verdriet door me heen tekeer gaan, werd er niet door overgenomen. Ik kon bij het verdriet aanwezig zijn. Het toelaten, erkennen, uiten en weer loslaten.

Het verdriet dat ik bij mijn eerste miskraam niet kon toelaten, kan ik nu wel toelaten. En al is het jaren oud, het wil alsnog gevoeld, erkend, doorleefd en vrijgelaten worden. Dus al stap je ergens wellicht vrij makkelijk overheen…..als er niet werkelijk gerouwd is, zal het je vroeg of laat toch inhalen. Die boodschap gaf mijn ongeboren dochter Marieke me mee, goed rouwen is erg belangrijk. Het heelt je, en geeft ruimte om je te hervullen met mooie, krachtige energie. De zwaarte verdwijnt. Dat gun ik iedereen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *